Over B&R  |  Activiteiten  |  Jobs  |  Contact  |  GDPR

Het Hof van Cassatie toetst ‘abnormale en goedgunstige voordelen’ aan de economische werkelijkheid

Het wetboek inkomstenbelastingen voorziet dat noch aftrekken mogen worden verricht, noch compensatie kan worden genoten op het gedeelte van het resultaat dat voortkomt uit abnormale of goedgunstige voordelen. Deze bepaling ontmoedigt het doorsluizen van winst naar verliesvennootschappen met veel aftrekmogelijkheden. In een recent arrest van 24 mei 2019 bevestigt het Hof van Cassatie de economische invulling van deze bepaling.

Concreet betrof het een zaak waarbij een Finse holding een overname in Rusland uitvoerde via een Zweedse dochtervennootschap. De financiering hiervan werd via een Belgische dochtervennootschap geregeld. Deze financiering gebeurde via een leningconstructie waarbij drie miljard euro door de Finse Holding werd verstrekt aan de Belgische dochter en hetzelfde bedrag door de Belgische dochter op haar beurt werd doorgestort aan de Zweedse dochter.

De Finse holding verhoogde het kapitaal van de Belgische dochter door middel van de inbreng van een deel van een schuldvordering die zij bezat op haar dochter. Het gevolg hiervan was een wezenlijke verhoging van de grondslag voor de notionele interestaftrek in hoofde van de Belgische dochter. De Belgische dochter kon hierdoor de notionele interestaftrek in mindering brengen van de ontvangen interesten die zij ontving van de Zweedse dochter.

Fiscaal een voordelig verhaal, doch de Bijzondere Belastinginspectie (of BBI) stelde dat de Belgische dochter die interesten niet in normaal economische omstandigheden had verkregen. De constructie is kunstmatig en heeft enkel tot het doel het genot van de notionele interestaftrek. Ook het marktconforme karakter van de rente kon de BBI niet overtuigen. Kortom, volgens de BBI zou het interestbedrag een abnormaal en goedgunstig voordeel uitmaken.

In tegenstelling tot het hof van beroep te Antwerpen schaart het Hof van Cassatie zich achter het standpunt van de belastingdienst en geeft het een economische invulling aan ‘abnormale of goedgunstige voordelen’. Volgens Cassatie hebben deze voordelen een ruimere draagwijdte dan enkel voordelen waarbij een rechtstreekse tegenprestatie ontbreekt of die tegenprestatie niet beantwoordt aan normale marktvoorwaarden. Ook voordelen verkregen onder abnormale omstandigheden in het kader van verrichtingen die niet op grond van economische doelstellingen maar enkel met een fiscaal oogmerk kunnen worden verklaard, vallen hieronder. Een gewaarschuwd man telt voor twee…

C1JFER5 ALLEEN VOL5TAAN N1ET