Actua

Beurstaks ook van toepassing op buitenlandse effectenrekeningen

In het verleden was de Belgische beurstaks enkel verschuldigd voor verrichtingen die “in België werden aangegaan of uitgevoerd”. Transacties verricht via buitenlandse vermogensbeheerders ontsprongen de dans. Met ingang van 1 januari 2017 is hier verandering in gekomen.

Dit gaf aanleiding tot vele praktische problemen. De beurstaks wordt klassiek ingehouden door de Belgische banken of vermogensbeheerders. Zij verzorgen in de praktijk de aangifte en doen de betaling van de taks. De nieuwe regeling heeft echter tot gevolg dat Belgisch beleggers die beroep doen op een buitenlandse tussenpersoon de beurstaks zelf moeten aangeven en betalen, terwijl dit niet het geval is indien zij beroep doen op een Belgische tussenpersoon.

Tegen de bepalingen van deze nieuwe regelgeving werd een beroep tot vernietiging ingesteld bij het Grondwettelijk Hof wegens schending van het gelijkheidsbeginsel. Eerder dit jaar had ook het Europese Hof van Justitie zich al uitgesproken. Daar betrof het een mogelijke schending van het vrij verkeer van diensten en het vrij verkeer van kapitaal. Tweemaal trekt de fiscus aan het langste eind.

Voor het Europees Hof van Justitie werd geargumenteerd dat het voor een Belgisch belegger minder aantrekkelijk wordt om beroep te doen op een buitenlandse vermogensbeheerder. De Europese rechters oordeelden dat er geen schending is van de Europese vrijheden, aangezien de beperking wordt gerechtvaardigd door dwingende redenen van algemeen belang.
En ook wat betreft de schending van het gelijkheidsbeginsel vangen de belastingplichtigen bot bij het Grondwettelijk Hof. Het Hof stelt dat het verschil in behandeling berust op een objectief criterium (de locatie van de tussenpersoon), en dat de doelstelling van de wetgever als wettig moet worden aangemerkt.

Het vernietigingsberoep wordt bijgevolg door het Grondwettelijk Hof afgewezen, zodat de wetgeving volledig van toepassing blijft.