Over B&R  |  Activiteiten  |  Jobs  |  Contact

Vlaamse regering schiet met scherp op belastingvrij erven middels huwelijkscontract

 

De Vlaamse regering legt technieken om legaal hoge erfbelasting te vermijden met clausules in het huwelijkscontract aan banden.

Terwijl echtgenoten bij het overlijden van hun partner geen erfbelasting hoeven te betalen op de gezinswoning, ontsnapt de rest van de nalatenschap in principe niet aan die ‘belasting op verdriet’. Hoe groter die nalatenschap, hoe hoger de bijhorende belastingfactuur. En omgekeerd. Met het oog op de erfbelasting is het huwelijkscontract dan ook een essentieel document. Want, bij het overlijden van een echtgenoot wordt eerst dat huwelijksvermogen ontbonden. Pas daarna wordt de nalatenschap samengesteld. Vanwege die volgorde kan alles wat volgens het huwelijkscontract in het huwelijksvermogen zit, niet meer in de nalatenschap van de overleden echtgenoot zitten.

Met bijzondere clausules in het huwelijkscontract kan daardoor een deel of zelfs het volledige vermogen van de eerst stervende echtgenoot toegewezen worden aan de langstlevende in dat huwelijkscontract en gelijktijdig de nalatenschap ingeperkt of zelfs tot nul herleid worden. Daardoor kan in theorie ook de erfbelasting tot nul teruggebracht kan worden. De wetgever weet dat natuurlijk ook. Om te vermijden dat echtgenoten de nalatenschap volledig uithollen om erfbelasting te ontwijken, bevat het belastingwetboek daarom regels, zogenaamde fictiebepalingen, die er voor zorgen dat er toch erfbelasting geheven kan worden. Zo bepaalt de wet dat, als de langstlevende via het huwelijkscontract meer dan de helft van het gemeenschappelijke vermogen in handen krijgt, hij toch erfbelasting moet betalen op dat surplus.

Die fictiebepalingen zijn echter niet 100 procent sluitend geformuleerd, waardoor bepaalde verschuivingen toch zonder belasting mogelijk zijn. Een gekende techniek daarbij is het invoegen van een finaal verrekenbeding in het huwelijkscontract. Middels zulke clausule, wordt in een stelsel van scheiding van goederen het eigen vermogen van een van de echtgenoten verminderd, door een vordering toe te kennen aan de andere echtgenoot. De techniek was al lang een doorn in het oog van de Vlaamse Belastingdienst, maar in maart van dit jaar werd nog door de hoogste rechtbank (het Hof van Cassatie) gevonnist dat de planningstechniek perfect legaal is, en bovendien geen belastingheffing tot gevolg kan hebben.

De belastingdienst kan niet anders dan zich te schikken naar dit arrest… maar de Vlaamse regering laat het daar niet bij. Midden juli heeft ze een voorstel van decreet goedgekeurd om de lacunes in de wet te dichten. De techniek van het finaal verrekenbeding wordt daarmee aan banden gelegd. Alles wat middels zulke verrekenbedingen aan de langstlevende echtgenoot zou worden toegekend zou daarmee belast worden in de erfbelasting. Eind van dit jaar zou de wijziging door het Vlaams parlement gestemd worden.

Welke clausules roept de Vlaamse regering fiscaal een halt toe?

 

Het finaal verrekenbeding

 

Voor wie?
- Echtgenoten gehuwd met scheiding van goederen
Fiscaal nu: geen erfbelasting op vermogen opgebouwd tijdens huwelijk
Fiscaal toekomst: erfbelasting op de integrale verschuiving van de ene naar de andere echtgenoot

Huwt u onder het wettelijke stelsel, dan is elke echtgenoot eigenaar van de helft van het vermogen dat tijdens het huwelijk wordt opgebouwd. Ongeacht welke echtgenoot dat vermogen opbouwde door te werken, sparen of te beleggen. Overlijdt een van de echtgenoten, dan hoeft de andere echtgenoot geen erfbelasting te betalen op de helft van die gemeenschappelijke goederen aangezien hij er al eigenaar van is. Slechts de helft van het gemeenschappelijk vermogen valt in de nalatenschap van de overleden echtgenoot. Niet zo als u huwt met scheiding van goederen. Dan is er geen gemeenschappelijk vermogen. Ook alles wat de echtgenoten in de loop van het huwelijk verdienen of sparen, blijft eigendom van elke partner afzonderlijk. Bij het overlijden van een van de echtgenoten vallen al zijn goederen in zijn nalatenschap. Tenzij het koppel een alsof-beding of verrekenbeding in zijn huwelijkscontract opneemt. In dat geval zal er bij het overlijden van de eerste echtgenoot wel een verrekening plaatsvinden. Dat gebeurt via een schuldvordering van de langstlevende op de nalatenschap van de overleden echtgenoot. Omdat deze schuld afgetrokken kan worden van de waarde van de goederen in de nalatenschap, kunnen vermogens tussen echtgenoten worden overgedragen zonder daar erfbelasting op te betalen. Men kan verrekenen voor de helft van de gemeenschappelijke goederen, dus alsof het koppel gehuwd was onder het wettelijk stelsel. Maar men kan zelfs verrekenen ook alsof het koppel gehuwd was onder het stelsel van algehele gemeenschap. In dat geval wordt langstlevende eigenaar van alle goederen van zijn overleden partner. Meer zelfs, men kan ook gewoon alle goederen aan de langstlevende toebedelen.

Dat zou vanaf 2018 veranderen. Daarmee verliest het finaal verrekenbeding fiscaal zijn nut. Huwelijkse solidariteit kan blijven bestaan, maar dat komt dan in de toekomst met een fiscaal prijskaartje.

 

Keuzebeding onder last

 

Voor wie?
- Echtgenoten gehuwd onder wettelijk stelsel of ander gemeenschapsstelsel
Fiscaal nu: geen erfbelasting op overdracht gemeenschappelijk vermogen
Fiscaal toekomst: erfbelasting berekend op wat langstlevende meer krijgt dan helft gemeenschappelijk vermogen


Vaak willen echtgenoten dat alles wat het koppel samen opbouwde, naar de langstlevende moet gaan. Dat kan eenvoudig door in het huwelijkscontract een ‘langst-leeft-al-heeft’-clausule op te nemen. Maar fiscaal is dat ‘verblijvingsbeding’ alles behalve interessant. Vanwege de fictiebepaling betaalt de langstlevende erfbelasting op alles wat hij meer dan de helft van het gemeenschappelijke vermogen erft. En als de langstlevende vervolgens overlijdt, moeten de kinderen opnieuw erfbelasting betalen op die volle pot. Maar er schuilt nog een gevaar in voor de kinderen: als de langstlevende dat vermogen integraal opsoupeert, worden zij de facto onterft. Naar Nederlands voorbeeld - waar dit de wettelijke regeling is - fiscaal een interessante variant, met name het verblijvingsbeding onder last. De essentie van deze clausule is dat de langstlevende het gemeenschappelijk vermogen volledig in volle eigendom verkrijgt, maar dat hij als last een schuld moet aanvaarden ter waarde van wat hij boven de helft van de gemeenschap krijgt. Omdat hij netto slechts een huwelijksvoordeel ter waarde van de helft van de gemeenschap krijgt, was de algemene consensus dat hij geen erfbelasting diende te betalen. Ook deze clausule zou haar nut volledig verliezen, omdat de langstlevende in de toekomst toch belast zou worden op de ontvangen activa. Met de vordering wordt geen rekening gehouden.

Let wel, wanneer men de Nederlandse nationaliteit heeft en opteert voor een verdeling van de nalatenschap naar Nederlands recht, waarbij dan wel gekozen wordt voor de wettelijke regeling aldaar, dan zal de Vlaamse Belastingdienst de vordering wél erkennen. Hier verandert er aldus – gelukkig – niets. Meestal opteert men immers voor het Nederlandse erfrecht omdat men de gekende verdeling als prettiger ervaart, veeleer dan omwille van fiscale motieven.

C1JFER5 ALLEEN VOL5TAAN N1ET