Over B&R  |  Activiteiten  |  Jobs  |  Contact

Strijd tegen domiciliefraude wordt opnieuw aangetrokken

 

De Federale regering heeft recent een aantal nieuwe bepalingen uitgewerkt, de meeste ervan treden op 8 mei 2017 in werking, in de strijd tegen domiciliefraude.
Hieronder vatten we kort de belangrijkste wijzigingen samen/

 

1) Woonstcontrole

 

In het verleden vond er een controle (door de wijkagent of gemeenteambtenaar) plaats indien men in België kwam wonen of verhuisde (binnen België). Via de nieuwe regelgeving zal er nu ook in geval bij verhuis naar het buitenland een controle plaatsvinden, waarbij wordt nagegaan of de betrokken persoon/personen wel degelijk vertrokken zijn.

De termijn om de vereiste controle uit te voeren wordt verlengd van 8 tot 15 werkdagen en het resultaat moet overgemaakt worden aan de betrokkene(n) binnen de maand (i.p.v. vroeger 20 dagen).

 

2) Inschrijving kind van gescheiden ouders

 

De gemeente is voortaan verplicht automatisch de adreswijziging van een niet-ontvoogd minderjarig kind door een ouder mee te delen aan de andere ouder. Er is geen termijn vastgesteld waarbinnen deze melding moet plaatsvinden maar de regering adviseert zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen de tien werkdagen.

Gelet op het feit dat, in geval van echtscheiding, ouders steeds vaker de huisvesting van hun kinderen gelijk verdelen wordt een specifieke bepaling opgenomen waarmee wordt afgeweken van het principe dat niet-ontvoogde minderjarige kinderen worden ingeschreven op hun effectieve verblijfplaats (locatie waar zij het merendeel van de tijd verblijven).
Volgens deze specifieke bepaling wordt het kind ingeschreven op de locatie:
1) vastgesteld met wederzijds akkoord van de ouders; bij gebreke hieraan
2) vastgesteld volgens de laatste gerechtelijke beslissing of notariële akte tot gelijkmatig verdeelde huisvesting; bij gebreke hieraan
3) de laatste hoofdverblijfplaats; bij gebreke hieraan
4) het adres van de ouder die de kinderbijslag krijgt in afwachting van een uitspraak van de rechtbanken/hoven.

 

3) Uitschrijving uit de bevolkingsregisters

 

Personen die elders gaan wonen zonder een adreswijziging door te geven kunnen in de gemeente waar ze oorspronkelijk woonden van ambtswege ‘afgevoerd’ worden uit het bevolkingsregister (in de nieuwe gemeente waar men is komen wonen kan men van ambtswege ingeschreven worden).

 

4) bevolkingsfiches

 

Als een gemeente beschikt over een voldoende beveiligd lokaal systeem m.b.t. ‘bevolking’ zijn zij voortaan automatisch vrijgesteld van de verplichting om de bevolkingsfiches materieel aan te houden.

 

5) aanpassing stelsel tijdelijke afwezigheid

 

Het stelsel van tijdelijke afwezigheid wordt aangepast om verwarring te vermijden.
Voortaan is er sprake van tijdelijke afwezigheid indien men gedurende een bepaalde periode niet effectief op de hoofdverblijfplaats verblijft maar er voldoende belangen behouden worden die een re-integratie op elk moment mogelijk maken.

Om re-integratie op elk moment mogelijk te maken is het vereist dat men over een hoofdverblijfplaats (uitgerust en bemeubeld om er effectief te wonen) beschikt waar op elk moment naar teruggekeerd kan worden.

Aangezien het een tijdelijke afwezigheid betreft mag deze niet langer duren dan één jaar (max. te verlengen met één jaar). In bepaalde gevallen kan hiervan afgeweken worden (bv.: gezondheidsredenen, werk, studies, plaatsing in een gemeenschapsinstelling, opsluiting in een strafinrichting, …). Om van een afwijkend regime gebruik te kunnen maken moet een aangifte gedaan worden (ad hoc formulier) bij het gemeentebestuur en moeten de vereiste bewijsstukken overgemaakt worden.
Onder het gewone regime kan men als burger tevens elke tijdelijke afwezigheid (van meer dan drie maanden) melden via hetzelfde formulier.
Dergelijke aangifte is belangrijk om een ‘afvoering’ van ambtswege te vermijden.

 

6) aanpassing stelsel referentieadres

 

De inschrijving op een referentieadres is voortaan beperkt tot één jaar.
Dit stelsel kan bovendien niet gecombineerd worden met het stelsel van tijdelijke afwezigheid

 

7) (elektronische) identiteitskaarten 

 

De wetgeving inzake de (elektronische) identiteitskaarten is op verschillende punten aangepast, o.a.:
1) Voor burgers die niet in staat zijn om hun handtekening te zetten (bv.: fysieke of mentale handicap, analfabetisme, …) wordt de handtekening vervangen door de vermelding ‘vrijgesteld’;
2) In geval van overlijden wordt de identiteitskaart vernietigd en de elektronische functies ingetrokken zodra de overlijdensakte is opgesteld;
3) In geval van verlies of diefstal van de identiteitskaart wordt de kaart onmiddellijk geannuleerd i.p.v., zoals eerder het geval, eerst zeven dagen geschorst
4) Via de toepassing ‘Mijndossier’ zullen burgers bepaalde attesten met een aantal persoonlijke gegevens uit het Rijksregister kunnen verkrijgen (bv.: attest van leven, attest van Belgische nationaliteit, …)

 

 

 

C1JFER5 ALLEEN VOL5TAAN N1ET