Over B&R  |  Activiteiten  |  Jobs  |  Contact

Optioneel finaal verrekenbeding: Hof van Cassatie bevestigt standpunt heersende rechtspraak

 

Wat is het (optioneel) finaal verrekenbeding?

Het optioneel finaal verrekenbeding is een techniek die echtgenoten, gehuwd onder het stelsel van scheiding van goederen, toestaat om hun huwelijksvermogensstelsel enigszins ‘af te zwakken’ op het einde van het huwelijk (echtscheiding en/of overlijden).
Concreet komt het beding erop neer dat, volgens overeengekomen modaliteiten, bij de ontbinding van het huwelijk een verrekening m.b.t. de eigen vermogens zal plaatsvinden alsof er een gemeenschap had bestaan.
In het kader van vermogensplanning voorziet dergelijk beding vaak dat beide echtgenoten zich ertoe verbinden om bij de ontbinding van het huwelijk door overlijden, aan de langstlevende echtgenoot (op diens verzoek) een som geld over te maken.
De langstlevende echtgenoot krijgt m.a.w. een vordering op de nalatenschap waardoor het mogelijk is om deze tot nul te herleiden (de vordering is even groot als de nalatenschap) en bijgevolg geen erfbelasting te moeten betalen.

 

Fiscale vragen 

Dergelijk beding doet twee vragen ontstaan:

• Is de vordering belastbaar bij de langstlevende echtgenoot
• Is de schuld aftrekbaar van de nalatenschap

 

1) Is de vordering belastbaar bij de langstlevende echtgenoot?

 

Uit heersende rechtspraak volgt dat het (optioneel) finaal verrekenbeding beschouwd moet worden als een huwelijksvoordeel (ten bezwarende titel) en bijgevolg niet belast moet worden.

 

2) Is de schuld aftrekbaar van de nalatenschap? 

 

Of de verrekenschuld al dan niet aftrekbaar is van de nalatenschap is vaker het onderwerp geweest van discussie.
Volgens de huidige rechtspraak moet het optioneel finaal verrekenbeding beschouwd worden als een verbintenis die op de datum van het overlijden bestaat maar slechts actueel wordt door een voorwaarde of voorval die intreedt na het overlijden. De schuld heeft m.a.w. een zeker en definitief karakter op de dag van het overlijden en is bijgevolg aftrekbaar als passief van de nalatenschap.

 

Standpunt fiscus

 

Het standpunt van de fiscus omtrent deze materie is dat een optioneel finaal verrekenbeding geen verbintenis onder opschortende voorwaarde is omdat de uitvoering ervan niet afhangt van een toekomstige en onzekere gebeurtenis maar van de uitoefening van het keuzerecht door de schuldeiser (de langstlevende echtgenoot).
Volgens de fiscus kan de uitoefening van het keuzerecht, i.t.t. een opschortende voorwaarde, niet terugwerken tot op de dag waarop het beding is opgenomen in het huwelijkscontract.

 

Standpunt Hof van Cassatie

 

Het Hof van Cassatie heeft zich in drie arresten (van 24 maart 2017) uitgesproken omtrent cassatievoorzieningen die de fiscus had ingesteld tegen arresten van het Antwerpse Hof van Beroep.
In haar arresten wijst het Hof van Cassatie de redenering van de fiscus van de hand. Met andere woorden een beslissing in het voordeel van de belastingplichtige.
Belangrijk om te noteren is dat deze arresten situaties behandelden die nog niet onder de nieuwe algemene antimisbruikbepaling vallen. De vraag of het optioneel finaal verrekenbeding als ‘fiscaal misbruik’ beschouwd kan worden kwam dan ook niet aan bod.

 

C1JFER5 ALLEEN VOL5TAAN N1ET