Over B&R  |  Activiteiten  |  Jobs  |  Contact

Fiscale aandachtspunten voor beleggingen 

De regering stelde in het kader van het zomerakkoord dat zij het spaargeld wilden activeren maar de getroffen maatregelen lijken eerder bedoeld om de schatkist te vullen. Hieronder vatten wij de belangrijkste veranderingen samen.

 

1. Belasting op effectenrekening boven 500.000 EUR

Sinds 1 januari 2018 wordt een belasting van 0,15% aangerekend op effectenrekeningen waarop voor meer dan 500.000 EUR aan effecten staan. Deze belasting geldt niet voor vennootschappen (enkel voor particulieren) tenzij de beleggingsportefeuille door een particulier voor het einde van 2017 in een vennootschap werd ondergebracht met als enige doel deze belasting te ontwijken.

 Worden geviseerd

- Beursgenoteerde of niet-beursgenoteerde aandelen en fondsen
- Aandelen of andere effecten die na 8 december 2017 omgezet worden in aandelen op naam om aan de effectentaks te
  ontsnappen 
- Kasbons
- Warrants


Worden niet geviseerd

- Pensioenspaarfondsen en fondsen in de vorm van een levensverzekering
- Certificaten
- Obligaties
- Termijnrekeningen
- Opties

 

2. Hogere beurstaks

De tarieven van de beurstaks werden, voor de vierde keer sinds 2011, verhoogd. De maxima per transactie blijven wel ongewijzigd.

 

3. Daling vrijstelling roerende voorheffing spaarboekje

Interesten op een gereglementeerde spaarrekening waren in 2017 voor 1.880 EUR vrijgesteld van roerende voorheffing. Deze vrijstelling bedraagt nu nog slechts 940 EUR.
Het bedrag aan interesten dat boven dit bedrag wordt ontvangen wordt onderworpen aan 15% roerende voorheffing.

 

4. Recuperatie belasting op dividenden

Vanaf inkomstenjaar 2018 wordt een eerste schijf van 627 EUR (800 EUR vanaf 2019) aan dividenden vrijgesteld van belasting. Dividenden uitgekeerd door beleggingsfondsen zijn echter niet vrijgesteld.
Deze vrijstelling moet echter, i.t.t. de vrijstelling voor het spaarboekje dat automatisch wordt toegepast, geclaimd worden via de aangifte personenbelasting.

 

5. Verhoging pensioensparen

De maximale premie die men kan storten in het kader van pensioensparen is voor 2018 opgetrokken van 940 EUR naar 960 EUR. De toepasselijke belastingvermindering die men voor de gestorte premie geniet blijft 30%.
Daarnaast bestaat tevens de mogelijkheid om een hogere premie tot maximum 1.200 EUR te storten waarvoor weliswaar een lagere belastingvermindering (25% i.p.v. 30%) wordt genoten.

Stort u 960 EUR dan geniet u een fiscaal voordeel van 288 EUR stort u echter 1 EUR meer dan bedraagt het fiscaal voordeel nog maar 240,25 EUR. Om een hoger of minstens evenwaardig fiscaal voordeel te genieten moet u bijgevolg minstens 1.152 EUR storten.

 

6. Meerwaardebelasting op aandelen in vennootschap

Een beleggingsportefeuille aangehouden via de vennootschap ontsnapt in principe aan de effectentaks (cfr. punt 1) maar wordt wel aan een meerwaardebelasting onderworpen tenzij het aangehouden belang voldoende hoog is. Om vrijgesteld te zijn van de meerwaardebelasting moet men een belang bezitten van meer dan 2.500.000 EUR of meer dan 10% van het kapitaal in de dochtervennootschap.
Kan er geen toepassing gemaakt worden van de vrijstelling zal de meerwaarde onderworpen worden aan de nieuwe tarieven in de vennootschapsbelasting. Minderwaarden blijven niet aftrekbaar.
De aankoop van individuele aandelen via een vennootschap is dan ook niet aan te raden.

 

7. Pro rata aanrekening kapitaalvermindering

De terugbetaling van kapitaal is en blijft belastingvrij (geen roerende voorheffing). In het verleden kon de belastingplichtige echter kiezen om een kapitaalvermindering integraal op het gestort kapitaal aan te rekenen (en zo de roerende voorheffing te vermijden). Vanaf 2018 wordt er echter een pro rata aanrekening toegepast zodat een kapitaalvermindering deels op de reserves aangerekend zal worden en over dat deel 30% roerende voorheffing verschuldigd zal zijn.

 

 

 

 

 

C1JFER5 ALLEEN VOL5TAAN N1ET